Wilt u op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen en nieuwtjes rondom Niels Roelen en de uitgaven en activiteiten van Uitgeverij Carrera?

Naam:

Verplicht.

E-mailadres:

Verplicht.



Op Koers

Share
Links van mij zie ik eindelijk het rondebord omhoog gaan. Drie ronden, nog maar drie ronden, ik dacht dat het bord nooit zou komen. Nog geen honderdvijftig meter voor ons rijden de twee koplopers. Er staat een gemeen windje waardoor ik ervan overtuigd ben dat ze nog teruggepakt gaan worden. Mijn benen doen zeer maar er zijn mensen die denken dat ik goed ben, een iemand kwam zelfs naast me rijden en vroeg hoe ik me voelde. Ik lachte hem weg, blij dat ik überhaupt nog meedeed.

‘Zoals de koers nu loopt zijn er twee mogelijkheden,’ denk ik. De eerste, een klein groepje dat het gat gaat overbruggen, is voor mij de gevaarlijkste en dus hoop ik op de tweede; ze laten de koplopers zwemmen tot de laatste ronde om ze dan nog in te halen. Ik kies positie voorin zodat ik niet verrast zal worden, en voel de zenuwen. Op het klimmetje wordt er aangezet maar niet hard genoeg om echt het verschil te maken. Ik kijk achter me om te zien wie er gaatjes moeten laten vallen, de helft van de groep zit stuk en zullen in de sprint geen rol meer spelen.

We dalen af en komen daarna over start - finish. Langzaam maar zeker kruipen we richting de koplopers die al een paar keer achterom hebben gekeken. Ze weten dat ze gepakt gaan worden maar ze hebben geen andere keuze als doorrijden, het snot voor je ogen. Kort neem ik de kop over maar laat me al snel weer afzakken om niet teveel energie te verspillen. Als derde draai ik de klim op, hierna nog een keer omhoog en dan alles eruit naar de finish. Omdat ik net van kop kom hoef ik nu ook niet volle bak omhoog te rijden om bij de groep te blijven op de klim.

Van binnen voel ik blijdschap, langzaam maar zeker begin ik te geloven dat ik vandaag kan meedoen voor de prijzen. Ik moet geluk hebben, slim rijden en vooral op blijven letten maar het kan. De bel voor de laatste ronde klinkt, er wordt onrustig gereden maar ik zit nog steeds goed. De koplopers zijn binnen bereik en zullen tijdens de laatste klim worden teruggepakt. Als we de scherpe bocht naar links doorrijden snij ik binnendoor naar de vierde plek, nog een flauwe bocht en dan begint de laatste klim bovenaan rechts links en een zwaar stukje vals plat. ‘Nu zou ik moeten demarreren,’ schiet het door mijn hoofd.

Achter me hoor ik iemand aanzetten, onder mijn arm door zie ik twee man komen. Ze zijn me voor en dus zet ik me schrap om in het wiel te duiken maar mijn benen ontploffen direct. Twee man rijden in een ruk het gat dicht naar de kop en ik moet passen, hang samen met een man of tien aan het elastiek. Mijn mond hangt wijd open en ik heb de neiging om te schreeuwen. Vanaf hier is het een lange sprint, ik ben geen sprinter maar ik gok erop dat iedereen moe is en dan weet je maar nooit. Mijn hand tikt tegen mijn schakelgreep en ik hoor de ketting zachtjes naar een kleiner tandwiel ratelen. Mijn teller geeft aan dat ik dik boven de zestig kilometer per uur rij. Het is alles wat ik weet, bijna blind rij ik mijn lijn en druk mijn wiel over de finish.

Tiende overall en zesde in mijn categorie lees ik op het papier waarop de uitslagen staan. Tevreden zak ik neer op een stoel en haal het rugnummer van mijn shirt. Naast me zit een vrouw van tweeënzestig, ze heeft bij de dames meegefietst. Haar man is eenenzeventig en werd tweede overall. Hij reed me zonder mededogen naar huis en is, in St-Johan, al twee keer wereldkampioen bij de veteranen geworden.

‘Als je wielrenner wilt worden moet je beginnen met het scheren van je benen,’ stelt zijn vrouw mij gerust.

Een week later smeer ik mijn benen in met veet. Tien minuten later glijd ik met mijn handen over mijn kuiten en dijen die, voor het eerst in vijf jaar, zacht en glad aanvoelen. Niet voor niets want morgen rij ik, op het proloog parcours van de Tour, mee in het Nederlands kampioenschap voor journalisten. Niet als journalist of militair maar als echte wielrenner.



Niels ®elen